Bij elke steen die te koop staat, wordt vroeg of laat een getal genoemd: hardheid 7 op de schaal van Mohs. Voor de meeste kopers is dat een abstractie. Toch is het het nuttigste cijfer dat er over een steen bekend is, want het beantwoordt drie praktische vragen tegelijk: kan hij in een zak bij je sleutels, mag hij in water, en gaat hij dof worden.
Wat Mohs eigenlijk meet
De Duitse mineraloog Friedrich Mohs zette in 1812 tien mineralen op volgorde volgens één simpele regel: wat een ander mineraal kan krassen, is harder. Meer is het niet. De schaal meet geen sterkte en geen taaiheid — alleen krasvastheid.
| Mohs | Referentiemineraal | Wat het betekent in huis |
|---|---|---|
| 1 | Talk | Krast met je nagel, laat poeder achter |
| 2 | Gips (seleniet) | Nagel krast hem; lost op in water |
| 3 | Calciet | Een muntje krast hem; gevoelig voor zuur |
| 4 | Fluoriet | Splijt makkelijk, valt bij vallen uiteen |
| 5 | Apatiet | Glas begint hem te krassen |
| 6 | Veldspaat (labradoriet, maansteen) | Krast glas net niet |
| 7 | Kwarts (amethist, bergkristal, jaspis) | Krast glas; kan gewoon in de zak |
| 8 | Topaas | Alledaags stof deert hem niet meer |
| 9 | Korund (robijn, saffier) | Praktisch onverwoestbaar in gebruik |
| 10 | Diamant | Krast alles, wordt door niets gekrast |
De schaal is geen liniaal
De afstanden tussen de stappen zijn totaal ongelijk. Van 1 naar 2 is een klein verschil; van 9 naar 10 is een sprong van ongeveer een factor vier in werkelijke krasvastheid. Mohs zegt dus alleen wie wint van wie, niet met hoeveel.
De grens die er echt toe doet: 7
Huisstof bevat kwarts, en kwarts staat op 7. Alles wat zachter is dan 7 wordt op den duur mat door niets anders dan afstoffen en dragen. Dat is de reden dat een amethist na jaren nog glanst en een geslepen fluoriet niet.
Zelf testen, met huis-tuin-en-keukengereedschap
Je hebt geen testset nodig. Vier voorwerpen dekken het bruikbare bereik:
- Je vingernagel — hardheid ongeveer 2,5. Krast je nagel de steen, dan is het gips, talk of een zachte, geperste imitatie.
- Een koperen muntje — ongeveer 3,5.
- Een stuk vensterglas of een mesje — ongeveer 5,5. Krast de steen het glas, dan zit hij boven de 5,5 en heb je vrijwel zeker met kwarts of harder te maken.
- Een stalen vijl — ongeveer 6,5.
Test altijd op een onopvallende onderkant, druk kort en licht, en veeg het poeder weg: soms lijkt er een kras te zitten terwijl je alleen een streep zachter materiaal hebt achtergelaten. Doe deze test nooit op iets geslepen of gezet — een kras is voorgoed.
Hard is niet hetzelfde als sterk
De klassieke misvatting. Diamant is het hardste natuurlijke materiaal en tegelijk goed te klieven: één gerichte tik in de goede richting en hij splijt netjes in tweeën. Zo is fluoriet met hardheid 4 berucht bij verzamelaars omdat hij in vier richtingen splijt en van tafel vallen slecht overleeft, terwijl jade met hardheid 6 juist opvallend taai is door zijn vezelige structuur.
Twee eigenschappen, twee woorden: hardheid is krasvastheid, taaiheid is bestand zijn tegen een klap.
Wat je ermee kunt bij het kopen
- Onder de 5: in een doosje of op een plank, niet in een zak en niet aan een sleutelbos. Denk aan seleniet, calciet, malachiet.
- 5 tot 7: prima om vast te houden en neer te leggen, maar houd hem apart van hardere stenen — labradoriet en maansteen raken bekrast in een gezamenlijke zak.
- 7 en hoger: dagelijks gebruik is geen probleem. Kwarts in al zijn vormen, en alles daarboven.
- Onder de 5 en poreus? Dan ook geen water. Kijk voor de uitzonderingen bij schoonmaken en opladen.
Eén laatste opmerking uit de inkooppraktijk: als een verkoper de hardheid van zijn eigen aanbod niet weet, weet hij meestal ook de herkomst niet. Het is een handige controlevraag.
Welke stenen zitten er in een kalender?
In onze koopgids staat per kalender wat er in zit — en welke stenen je voorzichtig moet behandelen.
Bekijk de top 5 adventskalenders →